Nynke Lely

Wanneer Nynke Lely (46) zichzelf introduceert, vertelt ze al gauw dat ze het liefst met van alles en nog wat tegelijk bezig is. Het tekent Lely, die voorzitter is bij de Skateboard Federatie Nederland (SFN) en fulltime werkzaam is als senior beleidsadviseur bij Sportvisserij Nederland. Met twee opgroeiende pubers maakt ze ook nog tijd vrij voor haar gezin en om zelf een balletje te gooien.

Je hebt een druk bestaan, vertel eens?

Eigenlijk heb ik altijd wel een redelijk turbulent bestaan gehad, ik denk dat dat hoort bij wie en hoe ik ben. Door mijn ADHD heb ik wat meer energie en ik heb meerdere kanalen nodig om hieraan gehoor te geven.

Van kinds af aan ben ik maatschappelijk betrokken en op zoek naar projecten waar ik het verschil kan uitmaken. Mijn bestaan is druk omdat ik op een aantal verschillende nieuwe beleidsterreinen actief ben. Ik ontwikkel het beleid aan de hand van pilotprojecten. Deze voer ik zelf uit, waarbij ik de verbinding leg op uitvoerings- en beleidsniveau.

Daarnaast word ik met enige regelmaat ingevlogen bij lastige gemeentelijke nota’s. Op zo’n moment moet ik alles laten vallen. De variatie van mijn werkzaamheden maakt het voor mij interessant en uitdagend.

Hoe ben je eigenlijk in de sport terechtgekomen?

Na mijn middelbare school wist ik niet goed wat ik wilde doen. Wel wist ik dat ik mensen in beweging wilde brengen en informatie nodig had over wat mensen beweegt. Destijds ben ik psychologie gaan studeren, maar na mijn tweede jaar ben ik overgestapt naar Marketing en Communicatie.

Halverwege mijn studie ging ik aan de slag als sportverslaggever voor SBS6. Tijdens mijn studie rolde ik zodoende het werkende leven in de georganiseerde sport in. Aan de sport heb ik mijn hart verloren.

Van kinds af aan ben ik maatschappelijk betrokken en op zoek naar projecten waar ik het verschil kan uitmaken

Wat betekent sport voor jou persoonlijk?

In mijn jeugd heb ik verschillende sporten gedaan, waaronder ballet, turnen, tennis en hockey. Het ging mij fysiek makkelijk af, maar ik heb de winbeleving van een garnaal.

Tijdens mijn studententijd in Groningen kwam ik in aanraking met rugby. Deze sport, het gemêleerde team en het spel, heeft me diep geraakt. De hele filosofie van rugby past goed bij me en ik pas het dagelijks toe in mijn werk.

Hoe ben je uiteindelijk bij de skateboard federatie terecht gekomen?

Zelf kan ik niet skateboarden, maar vanuit mijn werkervaring bij verschillende bonden, NOC*NSF en De Lotto ben ik in 2017 gevraagd om toe te treden tot het bestuur van de Stichting Skateboard Federatie Nederland.

Ik heb een voorliefde voor kleinere bonden. Voor mijn projecten is de hele keten binnen de organisatie belangrijk.

Je hebt het over een startende bond, waarom vind je een dergelijk project zo interessant?

In al het werk dat ik ooit gedaan heb zijn eigenlijk alle facetten van een sportbond naar voren gekomen. Van het organiseren van generieke (digitale) kaderopleidingen, het organiseren van (sport)evenementen, het inzetten van nieuwe technieken, dienstverlening tot verbindingsvormen en marketing en communicatie. Alles wat ik in het verleden gedaan heb, komt nu van pas bij het opzetten van de (skateboard) bond.

Vertel eens?

Ik ben ooit begonnen bij de biljartbond, als bestuurder van de afdeling van poolbiljart. Toentertijd had ik weleens wat te mekkeren over de marketing en communicatie aldaar. En als je wat te mekkeren hebt, dan moet je er zelf iets aan doen. Zodoende ben ik uiteindelijk op die afdeling terecht gekomen.

Vanuit daar ben ik bij De Lotto terechtgekomen als sportmanager binnen een echt salesbedrijf. Daar richtte ik me op het neerzetten van partnerships en het vermarkten van sport.

Vervolgens ben ik weer even teruggegaan naar de biljartbond en heb ik nog een stukje vluchtelingenwerk gedaan. Uiteindelijk bleef de sport aan me trekken en ben ik als ZZP’er aan de slag gegaan. Ik wilde de complexere zaken op het gebied van product- en dienstontwikkelingen aanvliegen. Vanuit een opdracht voor NOC*NSF, gericht op kaderontwikkeling, werk ik gevraagd door de skateboardbond voor het ontwikkelen van de infrastructuur. 

Naast die rol ben ik bij de Sportvisserij Nederland actief als beleidsadviseur. Het mooie is: ook daar zetten we iets nieuws op. De startpositie vraagt ondernemerschap.

Mijn grootste uitdaging ligt denk ik vooral op het gebied van diversiteit en inclusie

Hoe bevalt de combinatie van twee bonden?

Het sluit op veel fronten naadloos op elkaar aan. De openbare ruimte vraagstukken zijn vrijwel hetzelfde, net als de groeiende vraag vanuit de achterban om een stevige lokale, regionale en nationale belangenbehartiging. De crux bij beide bonden ligt in het verbinden van de achterban. Want hoe verbind je een achterban die niet geïnstitutionaliseerd wil worden omdat het een ‘do it yourself’ sport is? Hier zijn we nu volop op aan het inzetten.

Niet alleen is de verbinding belangrijk voor beide bonden, ook is het nodig om de informatie naar boven te halen om de belangenbehartiging goed vorm te geven. Ik loop wat dat betreft regelmatig tegen de beperkingen van het klassieke aanbod gestuurde verenigingsmodel aan. Deze structuur belemmert om mee te bewegen met de veranderende sportvraag.

Is dat dan ook meteen jouw grootste uitdaging?

Dat is het zeker, maar mijn grootste uitdaging ligt denk ik vooral op het gebied van diversiteit en inclusie. Ik maak mij zorgen over de groeiende tweedeling en het conservatisme in de maatschappij.

Sport en spel kan hierin de brug slaan maar bereikt nu al 40% van de kinderen niet. Je maakt mij niet wijs dat deze kinderen het niet leuk vinden om met een bal te spelen, te klimmen of te skaten en hierbij nieuwe vriendjes te ontmoeten. Bij volwassenen liggen de percentages nog hoger.

Als we het binnen de georganiseerde sport hebben over inclusiviteit en diversiteit, dan proberen we vaak ons bestaande product toegankelijker te maken of we maken er een pleisterprojectje van. We kijken te weinig naar de motivatie en wensen van de beoefenaars en de intrinsieke waarde van onze sporten.

Mannen claimen succes makkelijker, iets wat vrouwen in mijn optiek meer moeten doen

Zelf ben je een van de weinige vrouwelijke bestuurders in de sport, hoe kijk je daar eigenlijk naar?

Natuurlijk is dat heel bijzonder, maar niet meer dan dat. Er is nog wel wat werk te verzetten hierin. Wat mij opvalt is dat er wel veel vrouwen actief zijn, maar ze zijn niet altijd goed zichtbaar.

Mannen claimen succes makkelijker, iets wat vrouwen in mijn optiek meer moeten doen. Laat maar zien wat je hebt gedaan of hebt bereikt. Wanneer je je bewuster op dat succes profileert, ben je ook meer in zicht. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van Vrouwen in de Sport.