Publieke speelruimte voor en door meisjes, hoe ziet dat eruit?

Nu de sportactiviteiten voor onze kinderen door covid-19 min of meer aan banden zijn gelegd, (her)ontdekken we met zijn allen de sport- en speelpleintjes in de buurt. Maar is het jullie ook al opgevallen dat op de speeltoestellen meestal meer jongens dan meisjes te zien zijn?

Die observatie deed me denken aan een boeiende debatavond enkele weken geleden van Maak De Stad (een gezamenlijke organisatie van Stadsform en Antwerp Urban Studies Institute). Het thema was: ‘What does a city for and by women look like?’. Ik had daar zelf amper bij stilgestaan maar er blijkt heel wat sociale ongelijkheid in de manier waarop onze steden en openbare ruimte ontworpen zijn. Eén van de sprekers die avond was Sabine Miedema, medewerkster kindvriendelijke publieke ruimte bij Kind & Samenleving. Uit hun ‘grote buitenspeelonderzoek’ van 2019 bleek immers dat meisjes (37%) veel minder buiten spelen dan jongens (63%). Bovendien was de kloof tussen meisjes en jongens nog groter dan tien jaar terug. Vooral in de leeftijd tussen 9 en 11 jaar bleken de verschillen opvallend.

Uiteraard heeft elk kind recht op spelen. Dat recht op spelen wordt in covid-19 tijden nog eens extra duidelijk, bij gezinnen met kinderen maar (gelukkig!) ook bij onze beleidsmakers. Voldoende veilige en kwaliteitsvolle speel- en ontmoetingsruimte in de buurt hebben is echter lang niet overal vanzelfsprekend. Bovendien vinden meisjes niet altijd (speel)ruimte waar ze zich welkom voelen en dat niet al geclaimd is door andere groepen (lees: jongens).

Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat meisjes zich meer thuis gaan voelen in de publieke speelruimte?

Dat meisjes meer kunnen, mogen en willen buitenspelen? Dat we in de toekomst meer meisjes op die speeltoestellen in onze buurt zien?

Kind & Samenleving ging hiervoor in een co-creatief proces aan de slag met meisjes en hoe zij buiten spelen ervaren. De resultaten zijn te vinden in een interactieve pdf getiteld ‘Meisjes en publieke ruimte’. Daarin worden 10 ontwerpprincipes toegelicht om publieke ruimte toegankelijker te maken voor meisjes en zo uiteindelijk een inclusieve publieke ruimte te creëren voor iedereen. Ik overloop de 10 ontwerpprincipes hieronder even kort. In de interactieve pdf worden ze uitgebreid toegelicht en voorzien van illustraties uit binnen-en buitenland.

Principe 1: landschappelijk denken. Bij het ontwerpen van publieke ruimte moet nagedacht worden over gedifferentieerd ruimte-aanbod, waar plaats is voor verschillende doelgroepen (ook uit verschillende generaties). Meisjes wisselen graag af tussen spelen en babbelen/’chillen’, tussen het ene en het andere spelletje. Daarnaast moeten voldoende open plekken voorzien worden die de meisjes zelf creatief kunnen invullen.

Principe 2: plaats voor ontmoeting. De juiste sfeer ontwikkelen in publieke ruimte is belangrijk. Voor meisjes is het belangrijk een plek te hebben waar ze zich thuis voelen en waar het gemakkelijk is om anderen te ontmoeten. Met voldoende zitplaatsen en een centrale plek voor diverse (buurt)activiteiten.

Principe 3: avontuurlijke speelplekken. Meisjes zijn in hun spel vooral op zoek naar avontuur en uitdaging. Daarom is het gebruik van avontuurlijk materiaal aan te moedigen. Daarnaast willen meisjes ook plekken waar ze creatief kunnen zijn met hun fantasiespel.

Principe 4: zitplekken. Meisjes hangen graag rond, en ook dat ‘chillen’ is een vorm van spelen. De verbinding tussen spelen en ontmoeten/interactie is belangrijk. Een ideale zitplek zet bovendien ook aan tot beweging.

Principe 5: speelgroen. Toegankelijke en speelse groene plekken zijn onmisbaar.

Principe 6: bespeelbaar water. Water maakt voor meisjes deel uit van hun ideale speel- en ontmoetingsplek. Water zorgt voor avontuur, en zorgt er ook voor dat ze anderen kunnen ontmoeten.

Principe 7: beschutting en schuilplekken. Publieke speelruimte moet van voldoende leuk ingerichte schaduw- en schuilplekken voorzien zijn.

Principe 8: plaats voor verbeelding. Publieke ruimte moet genoeg vrije ruimte bieden om te kunnen dansen, zingen, bewegen, muziek maken, … met voldoende sociale ruimte maar waar meisjes zich ook niet bekeken voelen.

Principe 9: verlichting. Veel speelplekken hebben te weinig verlichting waardoor meisjes zich (zeker in de winter) onveilig voelen. Verlichting kan zorgen voor een veilig gevoel maar kan de publieke ruimte tegelijk ook speelser en creatiever maken.

Principe 10: materiaalgebruik. Meisjes verkiezen zachte materialen zoals stof en rubber. Ook goed op elkaar afgestemde kleuren zijn belangrijk. En dat hoeven zeker geen 50 tinten roze te zijn!

Naast deze 10 ontwerpprincipes zijn nog een aantal basisprincipes belangrijk. Meisjes komen graag op speelplekken waar ze zich veilig en welkom voelen. Dit niet door een bordje te hangen dat het veilig is, maar door echt ruimte te creëren waar activiteiten georganiseerd kunnen worden. Zo wordt de speelplek een veilige buurtplek.

Daarnaast moet ook nagedacht worden over de inplanting en bereikbaarheid. De speelplek moet voldoende dichtbij zijn, logisch om naartoe te gaan, veilig te bereiken. En tot slot moeten meisjes ook naar die publieke speelplekken geleid worden. Pleintjes, parken en speelplekken bekend maken bij kinderen in de buurt blijft immers een belangrijke voorwaarde tot succes.

Laten we komend weekend dus met z’n allen een nieuwe sport- en speelplek in de buurt ontdekken, en laat die meisjes hun plek claimen.