Anneke van Zanen-Nieberg

Anneke van Zanen-Nieberg is sinds vorig jaar mei voorzitter van sportkoepel NOC*NSF. Hoe vult ze deze belangrijke en verantwoordelijke rol in, wat is de houdbaarheid van het vrijwilligersmodel en waarom zijn er zo weinig andere vrouwelijke voorzitters in de sport? Van Zanen spreekt zich uit.

In mei 2019 ben je officieel gestart als voorzitter bij NOC*NSF, hoe kijk je terug op die periode van start tot nu?

Het zijn eigenlijk twee periodes, voor de start van corona en tijdens corona. In 2019 heb ik mij vooral gericht, zowel nationaal als internationaal, op het spreken van veel mensen. Als je mensen wil leren kennen, moet je ook naar ze toe. Ik wilde niet dat ze ‘op audiëntie moesten komen bij mevrouw Van Zanen’, dus ging ik juist hun kant op. Dat heeft veel tijd gekost, maar mij ook veel kennis en goede contacten opgeleverd. In de november-vergadering van vorig jaar heb ik mijn persoonlijke visie en conclusies op basis van al deze gesprekken gedeeld met iedereen. 

Met welke opdracht ben je aan je voorzitterschap begonnen?

Mijn opdracht is eigenlijk om de kracht en mogelijkheden van sport verder te versterken. Dat gebeurt door de balans tussen topsport, internationaal en participatie binnen de vereniging te optimaliseren. Het is nadrukkelijk een driehoek waarbij elke pijler de anderen weer versterkt. Voor de buitenwereld is de topsport-pijler het meest zichtbaar, door de goede resultaten en inspirerende persoonlijkheden binnen TeamNL.

Hierdoor lijkt het soms of NOC*NSF alleen voor topsport staat. Er sporten echter in Nederland wekelijks 5,5 miljoen mensen bij sportverenigingen en een heel klein gedeelte daarvan is maar topsport.

In mijn agenda, de invulling van het voorzitterschap kost mij zo’n twee á drie dagen per week, moet je die driedeling terug zien komen. Ik wil dus niet alleen topsportevents bezoeken, maar juist ook naar al die fantastische initiatieven bij verenigingen of op sportparken.

Voorop moet staan: iedere dag sport en bewegen. Dat maakt mensen gezonder, weerbaarder en het geeft ook plezier

We hebben de neiging om alles wat topsport is uit te meten. Dat dat in de media gebeurt is prima, maar we moeten zelf net zoveel aandacht besteden aan al die mooie projecten en initiatieven aan de verenigingskant.

De aansluiting tussen ons bestuur en de bondsbesturen vind ik hierin heel belangrijk. Iets dat ik na mijn aanstelling meteen heb gedaan, is om na elke bestuursvergadering een kort verslag op hoofdlijnen naar de collega-voorzitters te sturen. Zodat ze begrijpen wat wij aan het doen zijn. Maar ze op die manier ook de ruimte te geven voor terugkoppeling. Ik wil niet alleen zenden, maar het communicatiekanaal openhouden.

Hoe moeilijk is het door het coronavirus geworden om die opdracht te vervullen?

De hele situatie brengt een enorme spanning op de sportinfrastructuur en alle vrijwilligers. Maar ook nu moet die driehoek in balans zijn en is het belangrijk dat er enorme power gegeven wordt aan de breedtesport. We zijn vanuit NOC*NSF dagelijks aan het vechten voor het openhouden van sport en benadrukken continu het belang van sport voor iedereen.

Iedereen zou iedere dag moeten kunnen sporten en bewegen. Ik vind het ook prima als ze naar de sportschool gaan of samen gaan fietsen. Voorop moet staan: iedere dag sport en bewegen. Dat maakt mensen gezonder, weerbaarder en het geeft ook plezier.

Wat zijn de positieve ontwikkelingen in deze periode?

Er is natuurlijk veel aandacht voor sport en bewegen, misschien nu wel meer dan ooit. Ook zijn er een aantal sporten die juist nu groeien; het sportvissen heeft bijvoorbeeld een enorme boost gekregen. Maar ook tennis is populair, waaronder ook de nieuwste variant Padel. Wat ik ook echt geweldig vond om te zien deze zomer was het ‘balkonbewegen’. En er is een dame geweest die sportbingo heeft ontwikkeld voor in bejaardentehuizen. We worden creatiever en zo zie je maar dat bewegen belangrijk is, van 0 tot 100 jaar.

Er is veel te doen over de topsport tijdens deze hele corona-periode, hoe kijk jij daarnaar?

We hebben een goede ‘bubbel’ gecreëerd, waardoor de topsport gewoon door kan gaan. Er wordt veel getest en waar nodig direct ingegrepen. Het betaald voetbal vormt daarin een aparte bubbel en daar heeft minister Van Ark natuurlijk de ‘genderkaart’ gespeeld, zonder zich volledig te beseffen dat het betaald voetbal – de BVO – niet onder de sportkoepel valt, maar het vrouwenvoetbal wél. En hoewel ongelukkig voor andere sporten, heeft de sport zich sportief opgesteld en voeren we nu gesprekken met Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om meerdere topcompetities onder dezelfde protocollen open te stellen. Zeker daar waar de Nederlandse topcompetitie de aanvoer is naar de nationale selecties, zoals bijvoorbeeld in het hockey, zou dat zeer wenselijk zijn. Maar ook voor andere topcompetities, onder andere basketbal, korfbal en honkbal, zou het goed zijn als ze snel weer konden opstarten.

We zijn, zoals ik al zei, met VWS en de bonden in overleg om een routekaart te maken voor het opstarten van alle andere competities. We weten dat we straks eerst weer met vier personen mogen sporten en vanuit daar verder wordt gekeken. Maar ik denk niet dat we voor half januari met andere competities kunnen starten. Misschien kiezen we er, uiteraard in overleg met de bonden, voor om halve competities te spelen. Of dat er bijvoorbeeld drie wedstrijden per weekend gespeeld gaan worden.

De vraag is ook steeds welke protocollen gelden, want als er steeds getest moet worden, dan zal dat voor de meeste clubs financieel gezien niet haalbaar zijn.

Goed, tot zover corona en terug naar jouw rol als voorzitter. Wat zijn jouw belangrijkste persoonlijke ambities?

Ik wil heel graag dat NOC*NSF een krachtige koepel is voor alle bonden, dat iedereen zich thuis en gehoord voelt. Goede dingen doen voor de bonden en verenigingen, hen in hun kracht blijven zetten en ‘sport en bewegen’ naar een hoger plan brengen. Daarnaast wil ik binnen de topsport minimaal zo goed blijven als we nu zijn, liefst nog een stapje beter. Internationaal heb ik de ambitie om minimaal één maar het liefst twee Nederlandse IOC-leden te krijgen.

Het belangrijkste voor mij is om dicht bij mijzelf te blijven en het op mijn manier te doen

Voor wat betreft sportparticipatie wil ik continu het gesprek aangaan met onze achterban. We hebben veel producten, maar ze worden niet allemaal voldoende gebruikt en ze worden niet allemaal als nuttig genoeg ervaren door de bonden en verenigingen. Dus graag wil nog meer onze ondersteunende rol invulling geven. Daarnaast wil ik nog meer aan de slag met thema’s als integriteit, veiligheid en inclusiviteit.

Wat hebben jouw voorgangers je meegegeven?

Zij hebben de staat van de sport in Nederland opgebouwd. André Bolhuis en Erica Terpstra zijn de meest recente voorgangers waar ik de nauwste band mee heb. Maar ik heb ook contact gehad met andere oud-voorzitters en ereleden. Ik heb dit werk nog nooit beoefend, dus dan is het fijn om met iemand te spreken met de nodige ervaring.

Van iemand als Erica neem je de enorme passie voor sport en hartelijkheid mee. Aan de andere kant kies ik er ook bewust voor om minder nadrukkelijk op de voorgrond te treden. Bij haar past dat, zij is de ‘moeder van de sporters’.

Het belangrijkste voor mij is om dicht bij mijzelf te blijven en het op mijn manier te doen. Als ik met Erica op de tribune zit, loopt iedereen naar Erica en dat vind ik helemaal goed. Voor vragen mogen ze mij dan bellen.

André heeft natuurlijk ook die enorme passie voor sport, maar was wat zakelijker en misschien iets minder op de voorgrond. Hij heeft er, samen met Gerard Dielessen en Maurits Hendriks, wel ervoor gezorgd dat we echt enorm gegroeid zijn als topsportland. Ik probeer de goede dingen van ze over te nemen en daar mijn eigen accenten aan te geven.

Zo heb ik van André het periodieke voorzittersdiner overgenomen. Op een informele manier met alle voorzitters aan tafel gaan en vooral luisteren naar elkaar. Het zijn 78 voorzitters, dus je moet wel van eten houden haha.

Ik benut ook hun internationale ervaring; wie zijn te vertrouwen en wie niet? Ik kan ervoor kiezen om er heel bleu in te gaan, maar het is goed om te weten waar we staan als land in de internationale sportwereld en waar ik, met de legacy uit het verleden, op voort kan borduren. Het is nou eenmaal geen blanco vel dat ik mag inkleuren. 

Veel sportbestuurders doen hun werk, net als jij, op vrijwillige basis. Hoe kijk je aan tegen dat model?

Ja, ik heb ingetekend op een onbezoldigde functie, dat wist ik uiteraard van tevoren en ik doe het heel graag. Het blijft echter een precair onderwerp. Als je deze functie goed wil uitoefenen – en dat wil ik uiteraard – dan kost het veel tijd. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de overige bestuursleden. Bovendien brengt het een enorme verantwoordelijkheid met zich mee en een hoog afbreukrisico voor mij als persoon. 

Ik vind dat we vooral naar kwaliteit moeten kijken en geen keuzes moeten maken vanuit een lijstje

Ik merk dat ik in mijn eigen werkzame leven op een aantal punten belemmerd wordt in het aanvaarden van functies, doordat ik deze rol heb.

Ik ben accountant, een baan bij de Belastingdienst zou een mooie klus zijn, maar dat botst bijvoorbeeld met het partnership van de Nederlandse Loterij. Zo zijn er meerdere vragen geweest, ook vanuit gemeentes. Maar ook dat combineert niet met deze rol. Dus een ‘echte’ baan vinden, is een uitdagende zoektocht.

Dus deze rol op vrijwillige basis uitvoeren, is niet houdbaar vind je?

Ik denk dat gezien de rol, verantwoordelijkheid, maar ook juist de beperkingen die het heeft op je werkzame leven het – op termijn – niet houdbaar is om het zo te laten. Tenzij je alleen bestuurders wil die over een mooi spaarpotje beschikken.

Ik wil wel voorzichtig zijn in mijn uitspraken, anders lijkt het alsof ik mezelf geld wil toe-eigenen. Dat is absoluut niet mijn intentie. Het gaat mij om de waardering voor de verantwoordelijkheid die je op je neemt. En het gaat mij er ook om dat het een rol is die je moet kunnen vervullen ongeacht je financiële situatie. Anders is het alleen voor een select gezelschap weggelegd en dat is niet goed.

Een ander veelbesproken onderwerp binnen de sport is het invoeren van een vrouwenquotum. Hoe kijk jij hier tegenaan?

Daar ben ik niet meteen voorstander van, ik vind dat we vooral naar kwaliteit moeten kijken en geen keuzes moeten maken vanuit een lijstje.

Als je een quota gaat stellen, word je gekozen omdat je vrouw bent. Hopelijk word je gekozen om wie je bent en wat je doet.

Het is gelukkig ook niet in alle geledingen van de sport een probleem. Als ik de cijfers zie op topsportniveau, dan doen de dames het op dit moment net een tandje beter dan de heren. De emancipatie van topsport voor vrouwen in Nederland is dan ook goed, we bieden ze hetzelfde aan als de mannen. Dat gebeurt niet in de hele wereld, wat natuurlijk op prestatieniveau een voordeel is voor onze topsporters.

Als ik naar de coaches kijk, dan is 10 á 15% van de bondscoaches een vrouw. Een bijzondere verhouding, als je het vergelijkt met de topsporters in Nederland. In de begeleidingsstaf zien we wél meer vrouwen terug, een redelijk traditionele rolverdeling zou je kunnen zeggen. Daar kunnen we dus nog in diversiteit winnen.

En in besturen?

Daar zie je dat ook. Van de 78 bonden heeft 10% een vrouwelijke voorzitter. Wij vrouwen zijn over het algemeen meer bescheiden om zo’n rol op ons te nemen. Het is belangrijk dat vrouwen hun vinger op gaan steken. Zeker niet om mannen te diskwalificeren, want ze doen het hartstikke goed.

Maar meer diversiteit zou goed zijn, niet alleen qua man-vrouw verhouding, ook mensen met een bi-culturele achtergrond zijn ondervertegenwoordigd in de besturen. Bij NOC*NSF hebben we toevallig een bestuur bestaande uit vijf vrouwen en twee mannen, maar niemand met een beperking of bi-culturele achtergrond.

Volg je passie, hou focus en blijf bij jezelf

Als wij een gesprek voeren over BLM, wie zijn wij dan om er iets van te zeggen? Ik heb het zelf nooit ervaren, dus als we dat soort gesprekken voeren, moet je wel zorgen dat je de juiste mensen aan tafel hebt.

Hoe kunnen we wat jou betreft vrouwen zover krijgen de bescheidenheid van zich af te gooien?

Stel jezelf de simpele vraag; waarom zou je het niet doen? Als je betrokken en bevlogen bent, dan doe je het toch gewoon? Vrouwen zijn er altijd goed in om veel beren op de weg te zien, maar kijk vooral naar de mogelijkheden die er zijn en wat jij nodig hebt. Zie je het bijvoorbeeld niet zitten om een functie te vervullen binnen een vereniging met alleen mannelijke bestuurders, kijk dan eens om je heen of je het niet samen met een andere vrouw kan doen.

Ik zeg altijd; volg je passie, hou focus en blijf bij jezelf. Je hoeft je niet anders voor te doen om een rol te vervullen. Je hoeft alleen jezelf mee te nemen iedere dag. Anders wordt het iets buiten jezelf en ga je er geen plezier aan beleven.

Lees je dit nu en ben je nog aan het twijfelen of heb je hier een vraag over? Neem dan vooral een keer contact met mij op. Er zijn genoeg vrouwen die je kunnen helpen en je een steuntje in de rug willen geven. Ik hou me aanbevolen!


Het interview met Anneke is afkomstig uit het Vrouwen in Sport e-book 2020. Klik hier om het e-book gratis te downloaden.