Afke van de Wouw

Fotocredit: Humberto Tan

Stilgezeten heeft ze niet, maar de coronaperiode is voor Performance Coach en sportpsycholoog Afke van de Wouw wel degelijk anders geweest. Zo rondde ze haar boek Leren Presteren af, ondersteunde ze zorgmedewerkers en gaf ze webinars voor de sport en het bedrijfsleven over onder andere omgaan met tegenslag.

“Samen met een aantal andere sportpsychologen hebben we begin dit jaar de handen ineengeslagen en hebben we voor zorgmedewerkers een document vol informatie, oefeningen en tools voor herstel gemaakt. Het coronavirus werd immers geen sprint, maar een marathon. Het is belangrijk dat zorgmedewerkers goed voor zichzelf zorgen in zo’n zware periode,” vertelt ze.

Dat ‘herstel’ steeds belangrijker wordt, bleek volgens Van de Wouw de afgelopen maanden maar weer. “Dat wat we uit de sport weten, geldt eigenlijk ook voor de zorg of voor ieder ander beroep. Het is niet alleen maar ‘hoe meer, hoe beter’. Nee, juist het herstel is heel belangrijk om te kunnen presteren.”

“Coronaperiode is ook moment van bezinning”

De coronaperiode was voor veel sporters dan ook een moment van bezinning. Juist in een rustigere periode kwamen ze erachter dat ze alleen maar aan het racen waren: van de ene naar de andere wedstrijd. “Het gaat vaak alleen maar over presteren, zoveel mogelijk wedstrijden doen. Maar herstel en alles daaromheen is minstens zo belangrijk,” legt Van de Wouw uit.

Over presteren bracht ze begin dit jaar dan ook het boek Leren Presteren uit, waarin het wedstrijdseizoen het uitgangspunt is. “Sporters komen regelmatig naar me toe omdat ze merken dat de trainingen heel goed gaan, maar ze in de wedstrijd vaak onder niveau presteren. Vaak heeft dat te maken met druk of spanning. In mijn boek heb ik geprobeerd dit onderwerp praktisch te maken, vanuit de visie en blik van een trainer/coach en een sporter.”

Het boek doorloopt het hele ‘wedstrijdseizoen’ en kent allerlei oefeningen op het gebied van presteren en alles wat daarbij komt kijken. “In de praktijk wordt de (sport)psychologie vaak gezien als een soort pleister op de wonden. Als iemand een probleem heeft, gaat hij of zij naar de psycholoog. Maar eigenlijk is het juist een onderdeel van de prestatie.”

Presteren

Wie wil winnen, moet immers goed kunnen presteren op het moment dat het er écht om gaat. “Maar je moet ook goed kunnen concentreren, herstellen en leren omgaan met druk. Dat valt allemaal te trainen. Dan is het wel belangrijk dat je je sporters goed kent. Want ze zijn niet alleen maar diegene met die goede service of een ijzersterke conditie. Nee, ze zijn een mens.”

Volgens Van de Wouw worden ‘mentaal’ en ‘fysiek’ in dat opzicht nog veel te vaak los van elkaar gezien. “Maar het is één geheel. Als een sporter bijvoorbeeld piekert en negatief denkt over de wedstrijd zit dat niet alleen in zijn hoofd, maar vindt er ook reactie plaats in de rest van zijn lijf. Zo kan zijn hartslag omhooggaan, zijn ademhaling versnellen, kunnen zijn pupillen vernauwen en zal de spanning in zijn spieren toenemen.

Het is logisch dat dat invloed heeft op de sportprestaties. Het emotionele deel in het brein is minder actief op het moment dat we pieken. Dat is functioneel tijdens een wedstrijd, maar daarna is het belangrijk om te voelen wat de wedstrijd met je gedaan heeft, waardoor je ook weet wat je nodig hebt om te herstellen,” vertelt ze.

Voorbeelden

In dat opzicht ziet Van de Wouw langzaam maar zeker steeds meer verandering: sporters durven zich steeds vaker bloot te geven, hun emoties te uiten. Over de druk, blessures of andere problemen waar ze tijdens hun loopbaan mee te maken hebben gehad. “Voetballers Gregory van der Wiel, Ricardo Kishna, Género Zeefuik en Andy van der Meijde zijn daarin voorbeelden. Zij worden gezien als stoere jongens vol tattoos, die het op het veld wel eventjes laten zien. Het is uniek dat zij hun emoties uiten over paniekaanvallen en depressies. Gregory gaf op zijn website ook aan dat hij zijn emoties veel te lang had weggeduwd.”  

“Alles valt te trainen”.

Juist die emoties horen óók bij sport, weet Van de Wouw. “Uiteindelijk is het belangrijk om daar ook mee om te leren gaan, dat je dingen bespreekbaar maakt in de sport. Omgaan met tegenslagen hoort daar ook bij.” En alles, zo blijkt ook uit haar boek, valt te trainen. “Het is goed als je in de training al ongemakkelijkheden kunt aanbrengen voor de sporters, zodat ze er mee om leren gaan.

Fluit bijvoorbeeld een keer verkeerd of doe iets onverwachts. Als je als sporter tijdens de training minder van slag raakt, zal dat tijdens de wedstrijd – en daarna- ook zo zijn. Dan is het leereffect uiteindelijk ook groter,” besluit Van de Wouw.


Het interview met Afke vind je ook terug in het Vrouwen in Sport e-book 2020. Klik hier om het e-book gratis te downloaden.