Miriam van Moll

‘Voorheen was sport de grootste bijzaak in het leven. Inmiddels is het besef er wel dat sport en bewegen het fundament is om gezond te blijven’, aldus Miriam van Moll, Regioadviseur Zuidoost-Brabant bij Sportservice Noord-Brabant (SSNB). Waar ze voorheen lange tijd werkte binnen de commerciële en topsportwereld, zet ze zich nu dagelijks in voor de breedtesport en maatschappelijke kant van sport. Wat is de invloed van het coronavirus op haar werkzaamheden? Hoe houdt ze ondanks een drukke agenda toch voldoende balans en welke tip heeft ze voor startende vrouwen in de sportwereld?

Wat is de grootste verandering binnen jouw werkzaamheden sinds de uitbraak van covid-19?

We waren met name druk bezig met het afronden van alle processen voor de lokale en regionale sportakkoorden. Ik was in tien gemeenten sportformateur en gelukkig had ik al mijn bijeenkomsten gehad om alle input op te halen, dus ik kon het telefonisch en met videocalls afhandelen. Maar stakeholders van een sportakkoord zijn onder andere sport- en beweegaanbieders, zorg, welzijn, onderwijs, kinderopvang, gemeenten en het bedrijfsleven en iedere sector had natuurlijk op zijn eigen manier last van de uitbraak van het coronavirus. Gelukkig is vanuit het ministerie de deadline waarop de sportakkoorden afgerond moesten zijn, verschoven van 8 april naar 8 juni, dus dat gaf ons wel wat meer ruimte.

Daarnaast had ik net voor de uitbraak van het virus een aantal taken op communicatiegebied binnen SSNB opgepakt, omdat een collega wegging en er niet meteen vervanging was. Leuk om te doen, maar juist door die onvoorziene ontwikkeling wel echt een uitdaging. Er waren continu veel consequenties voor de sport. Wij wilden echt een platform maken waar alles samenkwam, dus niet alleen informatie over de maatregelen en steunpakketten, maar ook tips en best practices om elkaar te inspireren. Een hectische tijd, maar ondanks dat de aanleiding natuurlijk heel vervelend is, ervaar ik het als een bijzondere en leerzame periode waar we nog volop inzitten. En die ook positieve kanten kent, zoals veerkracht en saamhorigheid.

Hoe is het nu voor jullie, nu de cijfers van het aantal besmettingen weer flink stijgen?

De sport heeft weer een klap gekregen door de tweede coronagolf en het is maar afwachten hoe de komende tijd eruit gaat zien. Dat geldt ook voor gemeentes, onze grootste opdrachtgevers. We hebben een heel goed jaar gedraaid, maar of dat volgend jaar ook zo blijft, is lastig in te schatten. Het is geen geheim dat de budgetten voor het nieuwe jaar aangepast worden bij veel partijen, logisch ook.  Maar bijzondere tijden vragen om andere oplossingen en dat biedt kansen. Dus het is afwachten en ondertussen gaan we vooral door met waar we goed in zijn.

Maak je je zorgen over de invloed van de pandemie op de stijgende lijn van sport en bewegen in Brabant of kent het misschien ook een positieve kant?

De aandacht zal zeker toenemen. Voorheen was sport de grootste bijzaak in het leven. Inmiddels is het besef er wel dat sport en bewegen het fundament is om gezond te blijven, samen met een aantal andere zaken. Daar ligt dus een mooie opdracht, voor degenen die werkzaam in de sport, maar ook in bijvoorbeeld zorg, welzijn, preventie.

Veel inwoners hebben het moeilijk. Veel sectoren worden hard geraakt en dat geldt ook voor de sport. Er werd ons in maart/april van dit jaar gevraagd om zoveel mogelijk binnen te blijven, maar juist toen en ook nu nog merken we hoe goed het ons doet om een ommetje te maken. We ontdekken de straten rondom ons eigen huis, waar we eerder niet kwamen. We zien gezinnen op een kleed in het park, waar ze normaal gesproken alleen de hond uitlaten. En inwoners die hun skeelers onder het stof vandaan halen om de geasfalteerde straten op te zoeken en vervolgens met verzuurde benen op de bank te ploffen. Ouderen zitten 1,5 meter uit elkaar op bankjes en we doen meer moeite dan ooit om 10.000 stappen op het schermpje van onze smartphone te zien staan.

Kijk naar de mogelijkheden die de openbare ruimte biedt om te sporten en bewegen, dat is niet meer weg te denken, daar liggen echt kansen.  Door de openbare ruimte beweegvriendelijk in te richten, nodig je inwoners uit om te sporten, bewegen, spelen en ontmoeten.

Wat vind jij het allerleukste binnen jouw werk?

Werken met en veel interactie met mensen, dat staat voor mij echt op nummer 1. Je moet mij niet de hele dag achter een laptop zetten en dat maakt deze tijd ook soms echt wel lastig. Ik ben graag op pad om met (groepen) mensen aan de slag en in gesprek te gaan.

Als ik kijk naar het werk dat wij doen dan zetten we sport niet alleen in als doel (omdat je het leuk vindt of een prestatie wilt leveren) maar ook als middel. Om een bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Denk aan mensen in eenzaamheid of armoede, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of mensen met een beperking. Iedereen moet mee kunnen doen, kunnen sporten en bewegen. Omdat het leuk is, gezond , universeel en verbindt. Het is heel fijn om daar iedere dag een bijdrage aan te mogen leveren.

Terug in de tijd, waar komt jouw passie voor sport vandaan?

Goede vraag, ik heb van jongs af aan eigenlijk altijd gesport en veel verschillende sporten beoefend. Toen ik bij Philips werkte werd ik door één van de huidige directeuren gevraagd om naar PSV te komen, maar ik had net intern een andere baan aangenomen waar ik binnen drie weken zou starten. Dus ik vond dat ik dat niet kon maken en heb vriendelijk bedankt voor het aanbod. Totdat hij een week later weer belde en ik toch wel nieuwsgierig werd, praten kon immers nooit kwaad. Ik had helemaal niks met voetbal, maar na dat gesprek was ik super enthousiast geworden over de baan en besloot ik om die alsnog aan te nemen.

Na twee thuiswedstrijden meegemaakt te hebben, met alles eromheen, was ik ‘besmet’. Daar heb ik echt gezien wat sport met mensen doet. En dan bedoel ik niet op topniveau sporten, maar de beleving in het stadion of thuis voor de tv. Want bijna iedereen vindt sport leuk: om het doen, om er naar te kijken of om er bij de koffie op maandagmorgen over te praten.

Toch besloot je weg te gaan?

Ja, dat was ook niet makkelijk. Want ik had een supergave baan, maar zelfs de gaafste baan kan na vijftien jaar geen voldoening meer geven. Ik wist niet precies wat ik wilde, ik wist vooral wat ik niet wilde. Ik besloot toen om een sabbatical te nemen en leuke dingen te gaan doen aangezien ik jarenlang zes dagen per week had gewerkt. In de praktijk werkte dat alleen niet haha. Ik ging vrij snel aan de slag bij 24 uur in bedrijf, een zakelijk netwerk voor ondernemers. Iets wat heel goed bij mij past, ik houd van netwerken. Maar een jaar later werd ik benaderd door SSNB en het was juist de sport die me opnieuw trok.

En dat bevalt dus goed?

Jazeker, de verbindende kracht van sport, daar word ik gewoon heel blij van.

Past een functie aan de maatschappelijke kant beter bij jou als persoon?

Het is allebei superleuk en niet te vergelijken. Bij PSV werkte ik in de topsport en aan de commerciële kant en in die wereld kan heel veel. Daar heb ik vijftien jaar met ontzettend veel plezier gewerkt. Ik had toen niet kunnen bedenken dat mijn huidige werk ook zo leuk zou zijn. Ik zit nu in de breedtesport  en de maatschappelijke kant van sport. Dat geeft een heel andere manier van voldoening en vergis je niet, zonder breedtesport zou er geen topsport zijn. De talenten moeten ergens ontdekt worden. Ik vind het vooral leuk dat ik ervaring heb opgedaan binnen het hele speelveld.

Afgelopen maanden waren heel druk gaf je al aan, hoe zorg jij voor voldoende balans?

Dat vind ik heel lastig. Ik heb veel werk, ben heel consciëntieus, wil altijd afspraken nakomen en ga als het even kan voor een 10. Dat betekent regelmatig lange dagen en avonden. Vanaf het moment dat we zijn gaan thuiswerken in maart ben ik wel iedere dag buiten gaan bewegen. Ik sport al fanatiek, maar juist in deze tijd vind ik het nog belangrijker. We hadden vanaf medio maart ook fantastisch weer, dus iedere ochtend om 7.00 uur of tijdens de lunch ging ik lekker naar buiten om te lopen of sprong ik op de wielrenfiets. Practice what you preach en daarnaast is het ook echt mijn uitlaatklep.

Normaal ben je ook veel avonden op pad natuurlijk?

Ja, dat is nu natuurlijk allemaal anders en stiekem vond ik dat best even luxe om zoveel thuis te zijn. Maar het was heel fijn toen we een tijdje geleden elkaar ook weer fysiek mochten ontmoeten. Daar haal je toch de meeste energie en voldoening uit en weet je nog beter wat er speelt bij mensen. De bijeenkomsten trekken nu overigens wel weer aan, al is het digitaal, dus de avonden vullen zich weer langzaamaan.

Je zet je ook in voor het verduurzamen van sportlocaties, geen makkelijke opdracht lijkt me?

Klopt, niet meteen een thema waarvan ik op voorhand dacht ‘daar heb ik veel affiniteit mee’. Maar als je ermee aan de slag gaat, het belang kent en meer kennis vergaart, dan is het ook weer een supermooie uitdaging om aan te pakken.

Landelijk is de klimaatroute bepaald: in 2030 heel Nederland klimaatneutraal en dat geldt natuurlijk ook voor sportaccommodaties. Jaren geleden merkten we al dat sportverenigingen het wel snappen dat ze moeten verduurzamen, maar er niet aan beginnen. Ze hebben de kennis of het netwerk niet, het kost veel tijd en geld en ze zijn liever bezig met hun sport dus er gebeurde op dit vlak te weinig.

Inmiddels hebben we al ruim 150  sportverenigingen begeleid bij het verduurzamen van hun accommodatie en daar komen er nog veel meer bij.


Ligt daar nu één van je grootste uitdagingen binnen je werkzaamheden?

Ja, het is wel een mooie uitdaging inderdaad. Namens Sportkracht12 (landelijk dekkend netwerk van de 12 provinciale sport organisaties) ben ik projectleider en zit ik met het Ministerie van VWS en NOC*NSF aan tafel om te kijken hoe we het verduurzamen van de sportaccommodaties in Brabant kunnen stimuleren. Ook hier gooide corona roet in het eten. Verenigingen willen er graag mee aan de slag nu ze ondersteuning krijgen. Niet alleen voor de energietransitie, maar ze besparen op deze manier ook geld dat ze kunnen investeren in hun sport.

Als we vijf jaar vooruitkijken, waar ben je dan mee bezig?

Daar denk ik eigenlijk nooit over na, ik heb nog nooit een meerjarenplan gehad.  Het gaat er vooral om dat ik wat ik doe, leuk vind om te doen. Ik kan nu nog niet kan zeggen waar ik over vijf jaar energie van krijg. Zolang ik ergens blij van word, maakt het me niet uit hoeveel uren ik moet werken, maar als die energie er niet meer is, wordt het tijd voor iets anders. 

Heb je nog een tip voor vrouwen die aan het begin van hun carrière in de sport staan?

Vooral; blijf jezelf. De topsportwereld kan best een wespennest zijn en als je daar werkt, heb je heel veel ‘vrienden’. Dat bedoel ik niet zo negatief als het klinkt, maar als je naïef bent kun je het heel lastig krijgen. En bij PSV had ik natuurlijk voornamelijk met mannen te maken en zij vonden een jonge dame in een mannenwereld wel interessant. Mijn kracht was dicht bij mezelf blijven, hard werken, altijd mijn afspraken nakomen, netwerken, goede mensen om me heen verzamelen en zorgen dat ik mijn relaties goed kende. Op die manier voeg je echt waarde toe!