Margo de Vries

In 2018 werd Margo de Vries de eerste vrouwelijke directeur van de KNWU. Een pittige uitdaging, maar vooral ook heel leuk en leerzaam. In een uitgebreid interview vertelt ze over haar eerste jaren als directeur, innoveren bij een traditionele bond en de commerciële kant van het vrouwenwielrennen.

Inmiddels ben je ruim 8 jaar aan de slag bij de KNWU waarvan twee jaar als directeur, hoe kijk je terug op die tijd?

‘Ik zeg altijd; het is een compliment voor de KNWU dat ik er al acht jaar zit, want ik ben van mezelf vrij onrustig. Meestal dacht ik na een jaar; en nu?

Ik heb intern veel kansen gehad om nieuwe dingen te mogen doen en ik heb het idee dat mijn kwaliteiten altijd wel heel erg gezien werden. Wat dat betreft ben ik ook wel echt meegegroeid met de organisatie en het is natuurlijk helemaal gaaf als je wordt gevraagd om een directiepositie in te nemen’.

En die positie bevalt ook nog steeds goed?

‘Jazeker, ik heb er natuurlijk wel even over nagedacht of ik het moest doen, het is natuurlijk best een pittige functie. Soms is het leuk en soms is het niet leuk, maar dat hoort er ook gewoon bij. Het is een hele gave ervaring en je leert heel erg veel’.

Ik heb ook altijd veel steun gevoeld, het ging ze niet om leeftijd maar om kwaliteit.

Als jonge vrouw een positie als directeur innemen bij een grote sportbond, hoe was dat?

‘In het begin was het lastig, maar nu niet meer. Ik was ook nog eens de eerste vrouwelijke directeur van de KNWU, blond en jong haha. Zonder ervaring als directeur bovendien. Ze verwachtten misschien toch eerder een oude grijze man als ik ergens aanschoof. Maar op een gegeven moment kon ik dat van me afschudden. Nu is het heel normaal en niemand vindt het raar. Ik heb ook altijd veel steun gevoeld, het ging ze niet om leeftijd maar om kwaliteit’.

Wat is jouw grootste uitdaging als directeur geweest tot nu toe?

‘We zijn net als in veel organisaties in transitie en daar hou ik mij met name mee bezig. We proberen echt van de ‘stoffige’ organisatie een modern en veel meer data-gedreven bond te maken. Dat is vrij taai, maar tegelijkertijd zie je dat we enorme stappen maken, hoewel ik soms zou willen dat het sneller gaat.

Weerstand op verandering heeft ook een bepaalde waarde, maar we zijn een organisatie die al 92 jaar bestaat en dus nemen we ook veel historie en geschiedenis mee’.

Dus de bekende vergadercultuur is ook bij jullie nog aanwezig?

‘Haha, ja dat is wel een onderwerp waar we het met elkaar over hebben en zeker ook nu we veel vanuit huis werken. Door nu zaken online goed in te richten kom je er ook achter dat het niet altijd hoeft en zijn we kritisch of we een bepaald vraagstuk met zijn allen moeten bespreken of dat het ook met een kleiner groepje kan. Meer doen en minder praten, daar ben ik wel voorstander van’.

Is dat typisch Margo? Of anders gezegd; wat zie je van jezelf inmiddels terug binnen de KNWU?

‘Ik ben, denk ik, een van de weinige commercieel georiënteerde personen binnen de organisatie. Dus ik ben heel kritisch op wat we doen en stel altijd de vraag wat iets oplevert. Is een oplossing van nut voor tien mensen of kan het ook voor tienduizend mensen? En als we iets al heel lang doen, is dat voor mij geen gegeven om zoiets te blijven doen; het moet wel rendabel zijn’.

Jullie hebben veel minder leden dan dat er mensen fietsen in Nederland, blijft dat ook een uitdaging?

Onze markt, de fietssport, is erg groot en daarin zijn wij relatief klein als bond. Dat is al jaren een ‘struggle’ van de KNWU. Er zijn in Nederland zo’n 1,2 miljoen fietsers en wij hebben zo’n kleine 40.000 leden. Wat in het verleden, vind ik, mis is gegaan is dat we hebben nagelaten die grote groep ongebonden sporters aan de KNWU te verbinden, op een andere manier.

Tegenwoordig zitten we veel meer op de lijn om producten en diensten te ontwikkelen op basis van de behoefte van die groep. Dat hoeven niet meteen leden te worden, maar misschien gewoon klanten of dat ze bij ons aansluiten via een abonnementsvorm, want dat klinkt toch weer anders dan een lidmaatschap’.

Is de Fondo app daar een voorbeeld van?

‘Jazeker, zelfs het beste voorbeeld op dit moment. Dat hebben we echt ontwikkeld voor de ongebonden fietser. Om van waarde te zijn voor die groep en ook niet direct met de gedachte dat ze alsnog lid moeten worden om gebruik te mogen van de app. We bieden naast een pro-abonnement ook een gratis toegang. Die mensen voegen we uiteraard wel toe aan onze database, zo leren we die groep steeds beter kennen maar ook andersom’.

Dat moet vast ook spannend zijn geweest, als bond een app lanceren in deze overvolle markt?

‘Heel spannend! We hebben het echt als start-up benaderd, zo maakten we eerst een MVP (minimum viable product) maken en begeleiden we mensen in eerste instantie per e-mail om de behoefte te valideren, voordat we geld in ontwikkeling van een app gingen stoppen. Alleen al dat hele proces was enorm leerzaam. Hoe ontwikkel je überhaupt een product op een moderne manier? We proberen die manier van werken beter te implementeren, dat gaat heel waardevol zijn voor onze organisatie’.

Is corona voor de groei van Fondo dan misschien juist positief geweest?

‘Dat denk ik wel, de groeidoelstelling hebben we al halverwege het jaar behaald. Onze programma’s zijn gekoppeld aan specifieke doelen, bijvoorbeeld een Amstel Gold Race of een grote Cyclo in het buitenland, daar zijn er natuurlijk veel niet van doorgegaan terwijl we weten dat dat juist populaire programma’s zijn.

Is het ondanks of dankzij corona blijven groeien, daar zijn we nog niet helemaal uit. Maar we merken wel dat veel mensen zijn gaan fietsen en dan is de app een mooie stap om ze daarbij te helpen. Als er volgend jaar wel weer grote evenementen zijn, denk ik dat we nog veel verder kunnen groeien. Daar gaan we in ieder geval wel voor’.

Waar heeft voor jullie als bond de grootste uitdaging gezeten sinds de uitbraak van het corona-virus?

‘De grootste uitdagingen zaten in het niet doorgaan van de wedstrijden. In eerste instantie natuurlijk tot september, maar in juli konden we toch alweer fietsen en nu juist weer niet. Dus het was en is nog steeds continu snel schakelen, bijsturen en adviseren waar mogelijk. Wat we zien is dat de landelijke wedstrijden plaatsmaken voor meer lokaal aanbod. Dat is iets wat we beleidstechnisch al langer wilden voor sommige doelgroepen, dus dat is door corona weer versneld. Dus op dat gebied brengt het soms ook positieve dingen’.

Qua topsport zijn jullie een van de weinige sporten waar we momenteel en de afgelopen maanden wel volop van kunnen genieten, hoe kijk je daar tegenaan?

‘Nou, ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat er een Tour de France zou komen of dat we nu van de Giro en Vuelta kunnen genieten. Maar het is natuurlijk heel fijn en tof dat het wel allemaal door mag gaan en ook goed voor de sport.

Er is veel zichtbaarheid en het topwielrennen heeft een hoog entertainment gehalte, daar zijn we zeker blij mee. Natuurlijk zijn we ook blij met de andere wedstrijden en de verschillende medailles die daar gepakt zijn. Ook commercieel is dat natuurlijk fantastisch en belangrijk voor de sponsoren’.

Gelijkheid vinden we als KNWU al heel lang belangrijk en we werken er ook hard aan.

De Nederlandse vrouwen doen het binnen het topwielrennen al jaren heel goed, maar commercieel is er nog steeds een groot gat met de mannen, hoe kijk jij daar tegenaan?

‘Gelijkheid vinden we als KNWU al heel lang belangrijk en we werken er ook hard aan. We hebben veel contact met de ploegen om te kijken wat we kunnen doen. Maar we beseffen ook dat het heel gefaseerd moet en niet binnen een of twee jaar gelijkgetrokken kan worden. Dat hangt van verschillende factoren af.

Er worden zeker stappen gezet, zowel professioneel als qua zichtbaarheid, maar het is nog steeds niet genoeg. Eigenlijk dwingen de dames het zelf af met hun prestaties. Het mag sneller, maar dan moeten de mogelijkheden en middelen er wel zijn. Ik denk dat de komst van een vrouwenploeg bij Jumbo-Visma heel positief is’.

Onlangs wisten jullie het hoofdsponsorship met de Nederlandse Loterij te verlengen, extra fijn in deze tijd?

Ja, dat is zeker heel prettig. De Nederlandse Loterij is ook echt een partner die er is voor de sport. We zijn twee jaar geleden de samenwerking aangegaan om de wielersport verder te ontwikkelen. Er is dit jaar natuurlijk veel weggevallen, met de Olympisch Spelen als een van de belangrijkste pijlers waarvoor we op medaille koers lagen.

Dat is allemaal met een jaar uitgesteld. Dan is het heel fijn dat de Nederlandse Loterij het vertrouwen blijft houden en in ieder geval tot en met de Olympische- en Paralympische Spelen er samen voor wil blijven gaan’.

Tot slot, zit je zelf nog vaak op de fiets?

‘Jazeker, haha. Ik wilde dit jaar 5.000 kilometer fietsen, alleen ik ben zwanger dus ik durf nu buiten niet meer zo goed te fietsen. Maar ik heb een Tacx besteld, dus dan kan ik op die manier alsnog de nodige kilometers maken’!