Sportjournalisten terug langs de lijn? Annemarie Postma vertelt over haar ervaringen

Wekelijks langs de lijn en regelmatig op reis om verslag te doen van grote internationale toernooien. Als sportjournalist weet ik niet beter. 2020 had een prachtig sportjaar moeten worden, met onder andere de Olympische Spelen in de zomer. Maar het coronavirus gooide de afgelopen periode roet in het eten.

Een lange periode waren er helemaal geen wedstrijden. Langzaam kwamen de competities uiteindelijk weer op gang, maar door de nieuwe corona-maatregelen is er inmiddels ook weer veel uitgevallen. Net als eerder dit jaar praat ik erover met mijn collega’s uit de sportjournalistiek.

Deze week sprak ik met Annemarie Postma, freelancejournaliste voor diverse media. Door de coronacrisis vielen veel van haar opdrachten weg en besloot ze zich bovendien te richten op een nieuwe opleiding tot leerkracht. 

Hoe heb jij de afgelopen maanden beleefd, Annemarie?

“Het is een hele gekke tijd geweest. Toen het coronavirus net in Nederland kwam, viel van het ene op het andere moment alles weg. Mijn redactiewerk bij Southfields rondom de wedstrijden van de Oranjeleeuwinnen, mijn freelance-werk voor onder andere het Parool, mijn baantje in een restaurant The Cottage: het hield allemaal op.

Er was plotseling een complete stilte. Het restaurant waar ik werk begon op een gegeven moment met een take-away, waardoor ik weer wat kon werken. Ook kon ik nog twee stukken voor het Parool maken. Maar daarna was het klaar.”

Wat deed dat met je gemoedstoestand?

“Om eerlijk te zijn, heb ik me drie maanden lang geen journalist gevoeld. Het gaf een beetje een depressief gevoel. Je wilt iets zijn, iets doen. Maar het kon gewoon niet. In eerste instantie omdat er gewoon niets was. Dat maakte het wat makkelijker om me erbij neer te leggen. Maar toen de wedstrijden langzaam weer begonnen, had ik in eerste instantie het gevoel dat ik niet mocht meespelen. Mensen in vaste dienst kregen voorrang, er werden minder sportpagina’s gemaakt. Dat was moeilijk.”

Wat heb je gedaan om de leegte die je beschrijft op te vullen?

“Vlak voordat het virus in Nederland uitbrak, was ik net begonnen met onbevoegd lesgeven. Ik deed dat via een organisatie die mensen werft met een creatief beroep. Die koppelen ze dan aan scholen met bijvoorbeeld een lerarentekort. Zo heb ik een lesprogramma gemaakt over mijn vak: de journalistiek.”

Hoe ben je daar ingerold?

“Eigenlijk is het altijd wel een soort droom geweest om in het onderwijs te werken. Maar er kwam altijd wel iets tussen: het schrijven van een boek, een toernooi en toen weer een boek. Maar door Corona kwam er plotseling niets tussen. Ik was bovendien langere tijd in Nederland. De timing was goed.”

En zodoende besloot je ook om te starten met de opleiding tot leerkracht?

“Ja, het is nu het goede moment. Ik ben gestart met de deeltijdopleiding en heb elke week een lesdag en een stagedag. Beide dagen is het van 08:30 tot 20:30 volle bak. Ze zeggen weleens dat we ‘gewoon’ de voltijdopleiding doen, maar dan gepropt in twee dagen.”

Dat klinkt als een druk schema..

“Zeker weten! In één week loop ik één dag stag, heb ik één lesdag, werk ik één dag en een avond in The Cottage en tussendoor heb ik telefonische interviews of fiets ik naar Zeist of naar De Toekomst om op een regenachtige zondag vanaf een lege tribune naar de Ajax Vrouwen te kijken.

Als ik dan zo naar mezelf kijk zou ik zelf niet eens kunnen zeggen wie ik ben en wat ik nou precies doe.”

Vind je dat lastig?

“Het is een voordeel én een nadeel. Ik vind zo ontzettend veel leuk. Met alle liefde bereid ik een spellingstoets of een muziekmodule voor, maar ik vind het ook geweldig om mooie verhalen te schrijven. Op deze manier doe ik bovendien veel verschillende ervaringen op en leer ik veel mensen kennen.

Het feit dat ik journalist ben komt bovendien weer van pas in het onderwijs en andersom. In het onderwijs, als student en docent, leer ik relativeren.”

Heb je dan nu het beste van twee werelden gevonden?

“Eigenlijk wel. Maar ik vind het ook eeuwig zonde dat ik niet een vaste periode écht een journalist ben geweest. Dat knaagt.

De harde realiteit is gewoon dat ik moet werken om als journalist te kunnen werken. Ik heb veel over voor mijn vak, investeer veel. Negen van de tien keer voel ik me zelfs onzichtbaar. Maar als je dan gezien wordt, geeft dat de motivatie om verder te gaan.”

Wat heeft je debuut in The Guardian, met een stuk over Sarina Wiegman, in dat opzicht met je gedaan?

“Dat was een enorme opkikker natuurlijk. Ik pluk nu de vruchten van wat ik jaren heb gedaan: netwerken, keihard werken en de sport op de voet volgen. Voor sommige mensen kwam dat verhaal en mijn debuut in die krant out of the blue, maar ik heb hierin jaren geïnvesteerd.”

Wat zijn jouw droomdoelen voor de toekomst?

“Uiteindelijk wil ik in Engeland wonen en werken. Dat is mijn droomland. Het liefst zou ik daar het lesgeven en het schrijven met elkaar combineren. Een paar dagen voor de klas en daarnaast het schrijversbestaan leven. Dat lijkt me wel wat.”


Lisa Deen werkt als freelance sportjournalist voor diverse kranten, magazines en is regelmatig actief als News Service verslaggever bij multisport-toernooien. Voor Vrouwen in Sport schrijft ze regelmatig diverse verhalen.