José Been

Wielrennen is de grote passie van José Been. Ze was de eerste vrouwelijke wielercommentator in zowel de Nederlandse als Engelse taal en werkte jarenlang voor Eurosport. Tegenwoordig is ze werkzaam als freelancejournalist voor onder andere Cyclingtips. Een uitgebreid gesprek over de corona maanden, de rol van vrouwelijke journalisten in de sport en haar grootste uitdagingen.

Hoe is het met je?

Het gaat goed, ik mag terugkijken op een hele drukke augustus maand. Dat was erg fijn na al die maanden ‘verplichte rust’. Niks doen past niet bij mij, maar het was onmacht, voor iedereen. Maar veerkracht zit in de mens, dus werden we er ook flexibeler en creatiever door. Zo mocht ik voor Cyclingtips een uitgebreid interview maken met Annemiek van Vleuten en sprak ik voor de Global Cycling Network dagelijks de  highlights in

Augustus was een drukke maand dus, hoe ziet september eruit?

Een stuk rustiger en met hopelijk een vakantie in het vooruitzicht als alles door mag gaan. Tijdens de Tour heb ik in de dagelijks Podcast bij Cyclingtips een kort item, waar ik vooral inga op de achtergronden tijdens de Tour. Feiten en weetjes, altijd met een vleugje humor.

We kijken inmiddels al een aantal jaar de Tour op de Franse televisie. Daar krijg je naast het verslag nog veel meer te weten over de achtergronden, geschiedenis en natuur. Een tip!

Je schrijft tegenwoordig ook veel, met name ook in het Engels, hoe bevalt dat?

Ja naast Engels commentaar mag ik ook steeds meer schrijven en dat vind ik echt een uitdaging en leuk om te doen. Zoals laatst het interview met Annemiek van Vleuten voor Cyclingtips. In plaats van een kort item van 400 tot 800 woorden, heb ik uren met haar in de auto doorgebracht om er een mooi verhaal van te maken. Het is fijn dat je het vertrouwen krijgt om dit te mogen doen.

Bevalt het beter dan commentaar geven?

Dat wil ik niet zeggen. Het is nieuwer en daardoor op een andere manier een uitdaging, helemaal in het Engels. Dan is het toch zoeken naar de juiste woorden om het verhaal op papier te krijgen. Schrijven is daarnaast een stuk anoniemer. Natuurlijk staat mijn naam wel boven het artikel, maar het is heel anders dan dat je zicht- of hoorbaar bent op televisie.

Is het wielrennen, ondanks de groei bij het vrouwenwielrennen, nog steeds een mannensport?

Absoluut. Zowel in de sport zelf als bij de organisaties en in de media. Vooral in Nederland blijven we achterlopen. In landen als Spanje, Engeland en Frankrijk zie je al steeds meer vrouwen, met name binnen de journalistiek. Hier wordt de sport echt nog gedomineerd door mannen.

Hoe kijk jij daar tegenaan?

Vanuit de basis denk ik dat de interesse van mannen in sport groter is dan bij vrouwen. Dat is altijd zo geweest. Als je kijkt naar de media in Nederland dan is het pooltje van vrouwelijke sportjournalisten ook nog steeds heel klein. Van de ene kant omdat de aanwas laag blijft, maar ook vind ik dat veel vrouwen te weinig kansen krijgen en nog steeds moeten dealen met randzaken.

Kijk maar eens naar krantenkoppen; ‘Vrouw wordt directeur’ zie je regelmatig voorbijkomen. Die vrouwen hebben ook gewoon een naam, maar toch wordt die vaak niet genoemd. Dat zie je bij mannen niet gebeuren. Kijk ook eens naar mannen met topfuncties, wordt aan hen gevraagd hoe ze het werk gaan combineren met een gezin? Nooit, terwijl dat bij vrouwen vaak de eerste vraag is. Er valt nog veel te winnen en dat is precies zo binnen de sport.

Is de sportjournalistiek een harde wereld voor vrouwen om in te werken?

Ja dat denk ik wel, je moet wel sterk in je schoenen staan. Wat je ook zegt of doet, dankzij social media zijn er altijd mensen die commentaar hebben. Dat maakt het ook lastig. Van de 20 mensen met een mening zit er misschien één iemand tussen met vervelend commentaar. Maar dat is wel diegene die jij onthoudt en waarvan je baalt. Je moet je daar vooraf wel bewust van zijn dat dit gebeurt en leren om daarmee om te gaan. Ik kan daar ook wel eens helemaal klaar mee zijn, het raakt je toch.

Ik ben positief ingesteld en heb, mede door mijn ziekte, geleerd om te knokken en juist ook heel erg van dingen te genieten.

— José Been

Maar dat weerhoudt jou er niet van om in het wielrennen te blijven werken?

Zeker niet. Het is de mooiste sport die er is en ik vind zowel commentaar geven als erover schrijven heel leuk. Ik ben positief ingesteld en heb, mede door mijn ziekte, geleerd om te knokken en juist ook heel erg van dingen te genieten. Dat ik wielrennen mijn werk mag noemen vind ik echt geweldig.

Waar komt jouw liefde voor wielrennen vandaan?

Mijn vader was wielrenner en jarenlang ploegleider in Drenthe. Wielrennen stond thuis ook altijd aan. Toen ik in 2009 ziek werd ben ik het intensiever gaan volgen en veel over gaan Twitteren. Op die manier is het eigenlijk gegroeid en heb ik mijzelf er verder in verdiept en ontwikkeld. Ik kwam bij o.a. Europsport op de radar en toen heeft het een vlucht genomen.

Weet je wat leuk was, mijn vrijgezellenfeest in 2011. Stonden we met 8 vrouwen bij de Amstel Gold Race. Alleen ik vond het echt leuk, maar toch gingen ze allemaal mee, dat vond ik echt mooi. Iedereen weet van mijn passie voor het wielrennen, die gaat nooit meer weg.

Hoe kijk je terug op je tijd bij Eurosport?

Wat ik vooral altijd fijn heb gevonden is dat ze mij nooit hebben gebruikt als uithangbord. Zo van ‘Kijk ons eens de eerste vrouwelijke wielercommentator in dienst hebben’. Het is nooit een issue geweest. Ik heb er heel veel geleerd en een mooie tijd gehad. In 2019 heb ik de keuze gemaakt om te stoppen en open te staan voor nieuwe kansen in een andere omgeving.

Waar ligt nu voor jou de grootste uitdaging?

Ik heb eigenlijk continue nieuwe prikkels nodig, stilstaan is niks voor mij. Dat besefte ik mij tijdens de eerste maanden van de corona-crisis wederom. Het Engels schrijven vind ik mooi om mijzelf in te blijven uitdagen maar ook commentaar geven wil ik blijven doen, zowel in het Nederlands als in het Engels. De Vuelta staat bovenaan mijn lijstje, dus wie weet volgend jaar!

En mogen we nog een boek uit jouw handen verwachten?

Die plannen lagen er, maar toen kwam Corona en staat dat voor nu even on hold. Daarbij heb ik ook gemerkt dat stukken schrijven heel leuk is en ik dat ook kan, maar een heel boek ook weer andere uitdagingen met zich meebrengt. Dus ooit zeker, maar nu geen prioriteit.