Mannen en vrouwen zijn gelijk in de sport. Toch?

Charlotte Van Tuyckom, sportsociologe bij Howest – Sport en bewegen en lid van de Vlaamse Sportraad, ging op 17 juni naar de Kennisdag Sport en Gender van Sport Vlaanderen in het Vlaams Parlement.


“Moet de Vlaamse overheid daar nu een speciale dag voor organiseren? In de tijd van mijn oma was dat misschien nog nodig, maar nu? Mannen en vrouwen zijn gelijk in de sport. Toch?” Dat was de reactie van mijn praatgrage overbuur in de trein nadat ik had verteld dat ik op weg was naar het Vlaams Parlement voor een Kennisdag rond Sport en Gender, georganiseerd door Sport Vlaanderen.

Vrouwen hebben inderdaad al een lange weg afgelegd. Bij de start van de moderne Olympische Spelen in 1896 waren vrouwen niet welkom. Stichter Pierre de Coubertin vond hun deelname immers “onpraktisch, oninteressant, onesthetisch en onjuist”. “No matter how toughened a sportswomen may be, her organism is not cut out to sustain shocks”. Vier jaar laten mochten vrouwen deelnemen aan golf en tennis, maar het is pas sinds de Spelen van 2012 (!) dat alle Olympische disciplines openstaan voor mannen én vrouwen. Ook in de breedtesport is de kloof tussen mannen en vrouwen kleiner aan het worden. Toch blijkt uit cijfers van Sport Vlaanderen (te vinden in het nieuwe knappe interactieve kennisplatform, dat ook geografische vergelijkingen toelaat) dat mannen (60%) nog steeds vaker aan (club)sport doen dan vrouwen (40%). Bij trainers (68% mannen, 32% vrouwen) en sportbestuurders (76% mannen, 24% vrouwen) is het verschil overigens nog veel groter.

En ook al is het aandeel vrouwen in de “klassieke” mannensporten de laatste jaren toegenomen, toch zijn ze er nog steeds ondervertegenwoordigd.

In haar keynote waarschuwde de Nederlandse Agnes Elling (senior onderzoeker bij Mulier Instituut) ons dat teveel emancipatie eigenlijk ook niet altijd rozengeur en maneschijn is. Doordat er geen expliciet beleid meer gevoerd wordt, gaan we soms terug naar af. Cijfers van de man-vrouwverhouding in sportbonden toonden dit mooi aan. Ook volgens de andere sprekers zijn er op tal van vlakken nog grote uitdagingen in en voor de sportsector. Mannen krijgen in veel sporttakken nog steeds hoger prijzengeld en ze versieren lucratievere sponsorcontracten, vrouwelijke sporters krijgen vooral media-aandacht als ze succesvol zijn, vrouwelijke sportjournalisten zijn nog steeds op één hand te tellen, enzovoort. Maar ook homofobie en (seksueel) geweld blijven problematisch. Daarnaast creëren en herbevestigen we ook zelf nog steeds stereotypen. Zo is ballet een even “harde” sport als bijvoorbeeld voetbal, maar toch beschrijven we ballet met “zachte” termen als ‘gracieus’ en ‘elegant’ en doen we dat bij voetbal niet. In dit opzicht even een filmtip tussendoor: zeker Girl van Lukas Dhont eens bekijken, over de worsteling van een jonge transgenderballerina met haar lichaam (en ambitie).

Mannen en vrouwen zijn dus niet gelijk in de sport, en hoeven dat ook niet te zijn.

Mannen en vrouwen blijken dus niet zo gelijk in de Vlaamse (en Nederlandse) sport. Daarom neemt Vlaanderen (naast tal van andere Europese landen, waaronder Nederland) deel aan het Europees project “All-in: towards gender balance in sport”. Doel van dit project is data over gendergelijkheid verzamelen in verschillende facetten van sport (waaronder coaching, sportdeelname, media, geweld). Op die manier kan in de toekomst vooruitgang (of achteruitgang) gemeten worden en kunnen vergelijkingen tussen landen en sporten gemaakt worden. Concrete toolkits en ander ondersteunend materiaal moeten beleidsmakers ondersteunen om een evidence-based beleid te voeren op vlak van gendergelijkheid in sport.

Mannen en vrouwen zijn dus niet gelijk in de sport, en hoeven dat ook niet te zijn. Gelijkheid is immers iets anders dan gelijkwaardigheid. Maar het is nog veel complexer dan dat. Genderexperte Katrien Van der Heyden lichtte op de studiedag toe dat iemands geslacht (de biologische verschillen) niet hetzelfde is als iemands gender (de culturele, geconstrueerde verschillen). Ook onderzoeker Zeno Nols (van het Centrum Ethiek in de Sport) lichtte toe dat iemands seksuele identiteit bestaat uit een combinatie van vier elementen (mooi geïllustreerd door het genderkoekje): je biologische geslacht, je genderidentiteit, je genderexpressie en je seksuele voorkeur.

Ondanks deze “genderfluïditeit” wordt de samenleving (en bij uitbreiding de sportwereld) nog steeds vooral opgedeeld in categorieën van mannen en vrouwen (M en V). Deze tweedeling botst echter steeds vaker met de realiteit. Sinds de transwet die op 1 januari 2018 (in België) in werking trad, krijgt de sportsector steeds meer vragen van of over transpersonen (die zich niet thuis voelen in het geslacht waarin ze geboren zijn) en interseksepersonen (die chromosomale, hormonale of anatomische kenmerken hebben die afwijken van de traditionele, biologische indeling in mannen en vrouwen). Dat de sportwereld hier niet steeds raad mee weet, wordt geïllustreerd door de (mediatieke) discussies rond Caster Semenya en Dutee Chand in atletiek, of Rachel McKinnon in het wielrennen.

Diversiteit prikkelt en daagt uit, en zal dat in de toekomst wellicht nog meer doen.

Het concept geslacht is dus veel minder statisch dan we vermoedden. Om met deze gendervariatie om te gaan in de sportwereld, ontwikkelde Annelies D’Espallier (ombudsvrouw gender van de Vlaamse Ombudsdienst) 13 concrete richtlijnen. Hiermee wil ze sportclubs aanmoedigen om open te staan voor transgenders en interseksuelen en mensen aan te spreken op hun creatief vermogen om oplossingen te bieden. Door controverse te vermijden, een goed antipestbeleid uit te werken en goede afspraken te maken voor de kleedkamers, kunnen sportclubs en sportfederaties/sportbonden ervoor zorgen dat ook de personen die niet vanzelf in één van beide M/V categorieën passen, toch hun plaats vinden.

Mannen en vrouwen gelijk in de sport? Als de studiedag van Sport Vlaanderen iets heeft duidelijk gemaakt, is dat deze vraag (en zeker ook het antwoord) veel complexer is. Diversiteit prikkelt en daagt uit, en zal dat in de toekomst wellicht nog meer doen. Aldus Annelies D’Espallier: “Het is aan de sport in alle geledingen, dus onder meer aan de internationale organisaties, de beleidsmakers, de federaties, de clubs, de trainers en de individuele sporters om vooruit te kijken en zich te realiseren dat de kracht van sport deels ligt in het overbruggen van verschillen tussen mensen, tenminste, als de sport het ook in zichzelf kan vinden om dat toe te laten”. Laat ons hier allen samen werk van maken!